Toelichting op de financiële positie

Eind augustus 2021

  • Vermogen: ons vermogen is € 11,03 miljard.
  • Verplichtingen: het geld dat we moeten hebben om alle pensioenen te kunnen betalen (nu en in de toekomst) is € 9,49 miljard
  • De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen. De nominale dekkingsgraad is 116,2%
  • De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. De beleidsdekkingsgraad is 108,9%.

Verplicht extra buffer opbouwen

Als het vermogen net zo groot is als de verplichtingen, als er dus precies genoeg geld is om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, dan is de dekkingsgraad 100%. Dat lijkt goed genoeg, maar dat is het niet. Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

Hoe groot moet de buffer zijn?

Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 21,6% meer zijn dan onze verplichtingen. We moeten dus voldoende geld hebben om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen, plus 21,6% extra. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. Op dit moment ligt de beleidsdekkingsgraad van 108,9% onder het vereiste niveau. Het pensioenfonds heeft dus onvoldoende financiële buffers.

Herstelplan

Het herstelplan 2021 is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In het herstelplan laat het pensioenfonds zien hoe het binnen 10 jaar weer voldoende financiële buffers heeft. Aan de hand van de financiële positie per 31 december van elk jaar wordt bekeken of het fonds op tijd herstelt en wordt als dat nodig is een geactualiseerd herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). 

Veelgestelde vragen

  • Zolang de financiële situatie onvoldoende blijft, moet het pensioenfonds ieder jaar een herstelplan opstellen en indienen bij DNB.

  • Bij de berekeningen in het herstelplan worden aannames gemaakt. Voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van de rente en het rendement. In de loop van het jaar kan de werkelijke ontwikkeling afwijken van deze aannames. Daarom moet het fonds ieder jaar een geactualiseerd herstelplan opstellen.

  • Het pensioenfonds is hersteld als de beleidsdekkingsgraad minimaal gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. Het pensioenfonds heeft dan weer voldoende financiële buffers.

  • Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

  • Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 21,3% (per 31 december 2020) meer zijn dan onze verplichtingen. De vereiste dekkingsgraad is dus 121,3%. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. 

  • In de volgende twee situaties kan uw pensioen verlaagd worden:

    • De beleidsdekkingsgraad ligt vijf jaar (zes meetmomenten) onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,2%) en de actuele dekkingsgraad ligt op het laatste meetmoment onder de 100%. Korting is dan onvoorwaardelijk maar mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar).
    • Het zal het pensioenfonds volgens het herstelplan niet lukken om binnen 10 jaar op het vereiste vermogen te komen. Dat kan gebeuren als de actuele dekkingsgraad op 31 december onder de kritische dekkingsgraad van 92% ligt. Ook deze korting mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar). De eerste korting is onvoorwaardelijk, de overige zijn voorwaardelijk.