Toelichting op de financiële positie

Eind mei 2022

  • Vermogen: ons vermogen is € 10,12 miljard.
  • Verplichtingen: het geld dat we moeten hebben om alle pensioenen te kunnen betalen (nu en in de toekomst) is € 7,35 miljard
  • De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen. De nominale dekkingsgraad is 137,6%
  • De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. De beleidsdekkingsgraad is 122,7%.

Verplicht extra buffer opbouwen

Als het vermogen net zo groot is als de verplichtingen, als er dus precies genoeg geld is om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, dan is de dekkingsgraad 100%. Dat lijkt goed genoeg, maar dat is het niet. Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

Hoe groot moet de buffer zijn?

Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 23,9% meer zijn dan onze verplichtingen. We moeten dus voldoende geld hebben om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen, plus 23,9% extra. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. Op dit moment ligt de beleidsdekkingsgraad van 122,7% onder het vereiste niveau. Het pensioenfonds heeft dus onvoldoende financiële buffers.

Herstelplan

Het pensioenfonds hoeft in 2022 geen geactualiseerd herstelplan in te dienen bij De Nederlandsche Bank (DNB). De actuele dekkingsgraad was op 31 december 2021 (123,1%) hoger dan de vereiste dekkingsgraad (122,2%). Dat betekent dat we op die datum voldoende financiële buffers hadden. Hierdoor herstelt het pensioenfonds automatisch binnen één jaar. DNB heeft ons daarom laten weten het niet nodig te vinden dat een herstelplan wordt ingediend, ondanks dat de beleidsdekkingsgraad nog lager is dan de vereiste dekkingsgraad.

Veelgestelde vragen

  • Zolang de financiële situatie onvoldoende blijft, moet het pensioenfonds ieder jaar een herstelplan opstellen en indienen bij DNB.

  • Bij de berekeningen in het herstelplan worden aannames gemaakt. Voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van de rente en het rendement. In de loop van het jaar kan de werkelijke ontwikkeling afwijken van deze aannames. Daarom moet het fonds ieder jaar een geactualiseerd herstelplan opstellen.

  • Het pensioenfonds is hersteld als de beleidsdekkingsgraad minimaal gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. Het pensioenfonds heeft dan weer voldoende financiële buffers.

  • Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

  • In de volgende twee situaties kan uw pensioen verlaagd worden:

    • De beleidsdekkingsgraad ligt vijf jaar (zes meetmomenten) onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,2%) en de actuele dekkingsgraad ligt op het laatste meetmoment onder de 100%. Korting is dan onvoorwaardelijk maar mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar).
    • Het zal het pensioenfonds volgens het herstelplan niet lukken om binnen 10 jaar op het vereiste vermogen te komen. Dat kan gebeuren als de actuele dekkingsgraad op 31 december onder de kritische dekkingsgraad van 92% ligt. Ook deze korting mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar). De eerste korting is onvoorwaardelijk, de overige zijn voorwaardelijk.