Sinds 1 januari 2026 is het pensioenfonds in een zeer zorgvuldig proces overgegaan naar de nieuwe regeling. Dit heet ‘invaren’. Hier gelden wettelijke regels voor. Ook hebben KLM en de vakbonden afspraken gemaakt over een evenwichtige verdeling van het vermogen. Hoeveel er verdeeld wordt, hangt af van hoe we er dan financieel voor staan.
De dekkingsgraad is belangrijk
De dekkingsgraad liet zien hoe financieel gezond het pensioenfonds is. Het was de verhouding tussen het vermogen en de pensioenen die het fonds nu en later moet betalen (verplichtingen). De dekkingsgraad liet zien of het pensioenfonds genoeg buffer had om tegenvallers op te vangen. In de oude regeling moest het pensioenfonds verplicht hoge buffers hebben: 25 cent voor elke euro aan pensioen. De dekkingsgraad liet zien of het pensioenfonds genoeg buffer had om tegenvallers op te vangen. In het nieuwe stelsel is deze verplichte buffer veel kleiner. Daardoor kan uw persoonlijk pensioenvermogen eerder worden aangevuld.
Maar hoe wordt het vermogen verdeeld?
- Een dekkingsgraad van 100% was nodig om de huidige pensioenen volledig over te zetten.
- Daarnaast was ongeveer 2% nodig voor wettelijk verplichte buffers.
- Er was 6% van het pensioenvermogen nodig voor de solidariteitsreserve. Met deze buffer kunnen we financiële tegenvallers opvangen, zodat de pensioenuitkeringen zoveel mogelijk op peil blijven.
- Voor de compensatieregeling was ongeveer 3% nodig. In de nieuwe regeling wordt de ‘doorsneesystematiek’ afgeschaft.
Mensen die nog pensioen opbouwden en die hier nadeel van ondervinden, ontvingen eenmalig compensatie. U leest hier meer over de compensatie.
Er was dus, bij elkaar opgeteld een minimale dekkingsgraad van 111% nodig om de buffer en reserves te vullen en compensatie te verlenen. Hierbij ging dan niets verloren.
- Was de dekkingsgraad boven 111%? Dan werd dit gebruikt om de persoonlijke pensioenvermogens aan te vullen en de bestaande pensioenuitkeringen te verhogen.
- Hiervan kan dan plusminus 13% gebruikt worden voor de gemiste verhogingen uit het verleden.
Bovenstaande afbeelding laat op een eenvoudige manier zien hoe het invaren werkte. Daarbij gebruikten we een dekkingsgraad van 135% als uitgangspunt, ongeveer gelijk aan onze dekkingsgraad eind juni 2025. Bij de overgang naar het nieuwe pensioen gaat de dekkingsgraad er anders uitzien.
Financiële positie
Bij het invaren bepaalt de financiële positie van het pensioenfonds hoeveel vermogen er collectief beschikbaar is. Hoe beter de positie, hoe meer er in totaal verdeeld kan worden onder alle pensioenen. Bij de infographic is er rekening gehouden met een dekkingsgraad van 135%. Bekijk hier de meest recente financiële positie.
Vier voorbeelden uit de praktijk
De pensioenwereld is volop in beweging dankzij de nieuwe Wet toekomst pensioenen en de bijbehorende nieuwe pensioenregelingen. Wij zijn op 1 januari 2026 van start gegaan met onze nieuwe pensioenregeling. Uiterlijk in november 2025 ontvingiedereen een persoonlijke, eerste berekening van het pensioen in de nieuwe regeling. Om u alvast een idee te geven van de gevolgen, hebben wij vier praktijkvoorbeelden gemaakt. Hoe beïnvloedt de nieuwe regeling hun pensioen en de keuzes die ze maken?