Bouwen aan vertrouwen

26 januari 2017financiële positie, toekomstig pensioen
Gerard Lagendaal
Vicevoorzitter namens deelnemers en pensioengerechtigden

Er is een goed Nederlands gezegde: ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’. En dat is precies waar pensioenfondsen de laatste jaren mee worstelen. Decennia hebben Nederlandse fondsen erover gedaan om, stapje voor stapje, dat vertrouwen op te bouwen. Het vertrouwen was groot en een goed pensioen was vanzelfsprekend. En in een paar jaar tijd verdampte zomaar een flink deel van dat vertrouwen. Vervolgens zijn er twee dingen belangrijk: hoe komt het, en vooral, wat kun je eraan doen om dat vertrouwen te herstellen?

Naar mijn overtuiging is het herwinnen van vertrouwen geen doel, maar een gevolg van goed je werk doen. Plus: uitleggen waarom je doet wat je doet, en uitleggen dat er invloeden van buiten zijn waar je eenvoudig geen invloed op hebt, maar die wél invloed hebben op pensioenregelingen. Om met dat laatste te beginnen, die invloeden van buitenaf, dat zijn er vier.

Ten eerste: we leven langer. Dat is op zich prettig, maar een pensioen moet daardoor wel langer uitbetaald worden. Dit moet volledig uit de “spaarpot” van het fonds betaald worden. Bij een gemiddeld fonds betekent dat inmiddels een verlaging van de dekkingsgraad met 25% punten.

Ten tweede: de beleggingen. In het eerste deel van de financiële crisis hebben veel pensioenfondsen een groot deel van hun vermogen zien verdampen. Dat heeft destijds voor onrust gezorgd. Maar de afgelopen vijf jaar heeft ons fonds een gemiddeld jaarlijks rendement gemaakt van 8%. Ons vermogen loopt op en het is dan nauwelijks uit te leggen dat we dan toch niet mogen indexeren. Sterker nog, we zijn verplicht een herstelplan te maken om aan te tonen dat we binnen tien jaar weer uit het tekort zijn.

Dat laatste komt mede door de invloed van nummer drie: de lage rente. De Europese Centrale Bank houdt door haar opkoopprogramma de rente kunstmatig laag. Daardoor zijn de pensioenvoorzieningen torenhoog opgelopen. Een voorbeeld: stel, een pensioenfonds moet over twintig jaar 1.000 euro uitkeren, dan moet er bij 3% rente nu € 554 in kas zijn. Bij 1% rente echter € 820. De bedragen bij pensioenfondsen zijn veel hoger en de looptijden zijn regelmatig meer dan 60 jaar. Dus reken maar uit, letterlijk!

En ten vierde: het nieuwe pensioenstelsel, eigenlijk een antwoord op de eerste drie punten. In de aanloop daar naartoe heeft er inmiddels een aftopping plaatsgevonden. Er kan nu over een inkomen van maximaal € 103.317,- pensioen worden opgebouwd en in de politiek wordt nu nagedacht over de mogelijke verlaging van die grens tot rond 2x modaal (zo’n € 70.000,-).

Minstens zo belangrijk is dat onder internationale boekhoudregels, ondernemingen met defined benefit pensioencontracten de pensioenverplichtingen en bezittingen in hun balans moeten opnemen. Nu de meeste fondsen geconfronteerd worden met een forse daling van de dekkingsgraad heeft dat een negatieve invloed op de cijfers van de onderneming. Een oplossing is de overgang van een ‘harde’ pensioentoezegging naar een premietoezegging. Bij een premietoezegging gaan de pensioenen meer fluctueren omdat ze afhangen van de beleggingen en de rekenrente Daardoor verschuift het risico een stuk richting deelnemer. Al is die ‘harde’ pensioentoezegging niet zo hard als menigeen dacht - gegarandeerde pensioenen hebben nooit bestaan. Deelnemers vertrouwden er echter wel op. Deels kunnen wij dat onszelf aanrekenen, omdat we het kennelijk niet altijd goed hebben uitgelegd. Dat die ‘zekerheid’ niet bleek te bestaan was een bittere pil. En die slik je niet zomaar weg.

En dat brengt me terug bij wat we er zelf aan kunnen doen. Uiteraard allereerst door al onze kennis en deskundigheid in te zetten om het beste resultaat voor het pensioenfonds te behalen. En daarnaast door steeds opnieuw en zo helder mogelijk uit te leggen hoe het zit, hoe het werkt, waar we mee bezig zijn, waarom we bepaalde beslissingen (moeten) nemen.

Met dit verhaal hoop ik daaraan een bescheiden bijdrage te leveren. Ik kan er nog bij zeggen dat ons pensioenfonds het afgelopen jaar een rendement van ruim 9% heeft gemaakt op zijn beleggingen. De lange rente is de laatste tijd wat aan het oplopen, waardoor de dekkingsgraad zich positief ontwikkelt. Dat is positief, maar één zwaluw maakt nog geen zomer. Daarom houden we, namens u, de vinger strak aan de pols.

Zo bouwen we stap voor stap aan nieuw vertrouwen.

Reactie plaatsen

Reacties

Fred Willem Tom Bakkenist:

Een verhelderend verhaal Gerard, een juiste stap in de goede richting. Groet, oud collega Fred

Eric Poolman Simons:

Gerard,

Duidelijk en goed verhaal. Met deze blogs en uitleg doorgaan. Dit zal zeker helpen de positie van het pensioenfonds duidelijk te maken en duidelijk te houden.

groeten Eric

Henk van Vliet:

Beste Gerard,
We leven inderdaad steeds langer, maar dat mag toch geen verassing zijn. Dat is een trend, die al vele jaren bekend is.

Gerard Lagendaal:

Beste Fred,
Bedankt voor je positieve reactie.
Dat geeft weer zin om er mee door te gaan op deze wijze.
Groeten, Gerard

Gerard Lagendaal:

Beste Eric,
Heel leuk om op deze wijze nog contact te hebben.
Geeft de juiste stimulans om zo door te blijven gaan.
Groeten, Gerard

Gerard Lagendaal:

Beste Henk,
Het langer leven is zeker geen verrassing, die verwachting was ook meegenomen in alle oude berekeningen voor het vereist eigen vermogen van het fonds. Wat wél als een verrassing kwam was de wijziging in het pensioenstelsel, waardoor pensioenfondsen sinds 2007 verplicht zijn om de prognose van de leeftijdsverwachting mee te nemen in de berekeningen.
Het pensioenfonds moet daardoor rekening houden met het langer uitkeren van pensioen. Dat zijn extra verplichtingen, terwijl daar nooit premie voor is betaald. De verhouding verplichtingen/vermogen is daardoor uit balans geraakt. Met andere woorden: de dekkingsgraad is gedaald.
Groeten, Gerard